Handleiding

Handleiding

Het werken vanuit de motivatie van leerlingen staat centraal tijdens het werken met de projecten. Om deze motivatie te vergroten hebben de leerlingen een doel nodig; een publiek. Bepaal met de leerlingen wie het publiek voor dit project gaat zijn er wie ze dus iets gaan leren. Dit blijft de rode draad tijdens het project. Bij publiek kun je denken aan: ouders/ leerlingen van een hogere of lagere groep / mensen uit de wijk/ leerlingen van een andere school / een bepaald bedrijf. Dit onderdeel is heel belangrijk en zal er voor zorgen dat het project valt of staat.

Ga op zoek naar een professional, iemand die meer weet over het onderwerp. Dit kan een ouder, collega of iemand uit het werkveld zijn. Leerlingen voelen zich hierdoor serieus genomen en ook hier zal hun motivatie van groeien. Er zijn vrijwel altijd wel ouders (uit andere groepen) die heel graag wat komen vertellen.

We proberen waar mogelijk elk onderdeel te beginnen met het ophalen van de voorkennis, vanuit een werkvorm of activiteit. Dit kan gebruikt worden om de voorgang van de leerlingen bij te houden. Het laat zien wat ze nog weten van het vorige onderdeel.

De rubriek geeft een visueel overzicht voor leerling en leerkracht. De leerlingen bepalen wat ze al weten voordat we aan het project beginnen en herhalen dit aan het eind van het project. Hierdoor zien ze wat ze geleerd hebben en waar ze nog in kunnen groeien.

Het Kanban board zorgt voor overzicht en planning. De leerlingen weten wat ze moeten doen en jij als leerkracht kan heel snel zien hoe ver ze zijn, of ze hulp nodig hebben en of iedereen evenveel werk verricht (inzet)

Extra materiaal

In de map kopieerbladen kunnen jullie extra materiaal vinden voor de vakgebieden binnen dit thema (rekenen, taal, spelling etc.). Dit kunnen jullie extra inzetten of als vervangende opdracht aanbieden.

Fase 1 & 2: de leerkracht zorgt voor de benodigde achtergrondinformatie en geeft les(sen)/workshop(s) over het onderwerp.

Fase 3 - 6: de leerkracht neemt een duidelijke coachende rol op zich en begeleidt de leerlingen.

Opdrachten tijdens de introductie:

De leerlingen bepalen welk dier ze gaan onderzoeken tijdens dit project, wie hun publiek gaat worden en voor wie ze dus het eindproduct gaan maken.

Eindproduct: De leerlingen werken in teams van 2 (eventueel 3) leerlingen en kiezen allemaal een dier uit. Elk team:
– doet onderzoek naar het dier
– maakt een folder over het dier
– maakt een verblijf voor het dier
– plaats het verblijf in de gezamenlijke dierentuin
– maakt een voorziening voor in de dierentuin
– geeft een presentatie over het dier

Opdrachten tijdens de introductie:
– wat is een dierentuin
– wie gaat ons publiek worden
– welk dier ga ik onderzoeken
– leestekst over eigen dier lezen en wist-je-datje invullen
– rubriek invullen
– noodzakelijke vraag (wat wil ik zelf nog graag weten)

Klassikaal:
– projectbord maken in de klas zodat er een overzicht is van het project

Materialen

Algemeen:
– laptop/tablet
– werkboeken leerlingen
– informatieboeken over dieren(tuin)

Projectbord & A3-materiaal:
– bladen bij introductie

Kopieerbladen:
– kopieerbladen bij introductie (noodzakelijke vraag & voortgang en beoordeling)
– leesteksten groep 3

Opdrachten tijdens deelvraag 1

De leerlingen beginnen aan de folder en maken hun dier en het verblijf voor het dier.

Opdrachten tijdens deelvraag 1:
– woordenschat gebruiken in een zin (tegenstelling eventueel bij gebruiken)
– tekst lezen over het verblijf
– deel 1 en 2 van de folder maken
– dier en verblijf maken/knutselen

Klassikaal:
– projectbord aanvullen met de woordenschat, deze woordenschat kan ingezet worden op meerder momenten in de week.

Materialen

Algemeen:
– laptop/tablet
– werkboeken leerlingen
– informatieboeken over dieren(tuin)

Projectbord & A3-materiaal:
– bladen bij deelvraag 1

Kopieerbladen:
– kopieerbladen bij deelvraag 1
– leesteksten groep 3

Dier en verblijf maken:
– knutselspullen

Opdrachten tijdens deelvraag 2

De leerlingen werken verder aan de folder en werken aan de voorzieningen voor in de dierentuin.

Opdrachten tijdens deelvraag 2:
– voorkennis ophalen
– deel 3 en 4 van de folder maken
– voorzieningen maken voor in de dierentuin (restaurant, foodtruck, etc.)
– dierentuin samenstellen vanuit alle gemaakte verblijven
– controlepunt 1 (kan als beoordeling meegenomen worden)

Klassikaal:
– projectbord aanvullen met de woordenschat, deze woordenschat kan ingezet worden op meerder momenten in de week.

Materialen

Algemeen:
– laptop/tablet
– werkboeken leerlingen
– informatieboeken over dieren(tuin)

Projectbord & A3-materiaal:
– bladen bij deelvraag 2

Kopieerbladen:
– kopieerbladen bij deelvraag 2

Dierentuin en voorzieningen:
– knutselspullen

Opdrachten tijdens eindproduct

Leerlingen bereiden zich voor op de presentaties en maken de dierentuin klaar voor het publiek. Hang eventueel de volgende posters op: de verschillende menukaarten, openingstijden, kosten en openingstijden, zelfgemaakte plattegrond.

Opdrachten tijdens eindproduct:
– voorkennis ophalen en kennis delen
– proberen vanuit de leerlingen met het idee te komen om de dieren te presenteren aan het publiek (motivatie van leerlingen vergroten)
– entreekaartjes maken en delen met het publiek
– hulpblaadjes maken voor het project
– presentatie voorbereiden
– presenteren voor de klas (oefenronde)
– rubriek nogmaals invullen
– reflectie invullen
– presenteren voor het publiek (dit kan ook een ander moment zijn)

Materialen

Algemeen:
– werkboeken leerlingen
– informatieboeken over dieren(tuin)

Kopieerbladen:
– kopieerbladen bij eindproduct

Presentaties:
– folders
– hulpkaartjes presentatie
– dierentuin
– posters voor dierentuin
– entree voor ouders waar ze ticket moeten inleveren (optioneel)