Deelvraag 1

Hoe weet je of jouw dier in zijn leefomgeving kan overleven?

Doel

Ik leer meer over de leefomgevingen en klimaten waar de verschillende diersoorten in leven.

Beoordeling

– Wat weet je nog?
– Inzet en samenwerking

Materiaal

Algemeen:
– laptop/tablet
– bronnenboek leerlingen

Projectbord & A3-materiaal:
– deelvraag 1

Kopieerbladen:
– deelvraag 1

Wat weet je nog ?

Laten we even kijken wat je nog weet van de introductie. Heb je goed opgelet en meegedaan of zou dit beter kunnen?
In het bronnenboek zie je het werkblad polities en overvallers, hier kun je zelf controleren wat je geleerd hebt.

Stap 1:
– zet de timer in de klas op 5 minuten en schrijf alles op wat je nog weet
Stap 2:
– pak een andere potlood/pen
– sta op en loop rond
– kijk wat jouw klasgenoten hebben opgeschreven en noteer wat je niet hebt in het tweede vak
Stap 3:
Ga terug naar je plek en reflecteer. Vind je dat je nog genoeg weet of had je gehoopt dat je nog meer zou weten?

Bij deelvraag 2 en 3 krijg je weer zo’n soort opdracht. Hoe kun je ervoor zorgen dat je dan (weer) veel kan invullen?

Woorden die je zou moeten weten

Jullie leerkracht heeft woorden op het bord hangen, deze woorden hebben wel plaatjes maar geen betekenis. Bepaal met de klas wie de betekenis gaat opzoeken en wie de betekenis gaat opschrijven.
Dus bijvoorbeeld:
– leerling 1 t/m 10 zoeken de betekenis op en leerling 11 t/m 20 schrijven de betekenis op
of
– maak tweetallen en zoek samen de betekenis op en schrijf de ook op

Om over na te denken:
• Is het handig om een betekenis op te schrijven die je zelf ook niet snapt?
• Is het handig om het groot en leesbaar op te schrijven zodat iedereen het kan lezen?
Zouden jullie dit misschien tijdens de taalles kunnen doen zodat jullie de onderdelen van het project over andere leervakken kunnen verdelen? (Als les woordenschat van taal?)

In welke leefomgeving gaat jouw dier leven?

1. Lees de tekst in het bronnenboek over de verschillende leefomgevingen van (wilde) dieren.
2. In welke leefomgeving gaat jouw dier leven? Vul per leefomgeving in welke speciale kenmerken dieren hebben om hier te kunnen (over)leven.
3. Welke speciale kenmerken/eigenschappen heeft jouw dier nodig om hier te overleven? Pas de tekening aan en label de speciale kenmerken/eigenschappen.
4. Schijf een tekst over de leefomgeving van jouw dier voor in jouw informatieboekje. Heb je maar een beetje tekst en weet je niet wat je nog kan schrijven? Schrijf dan ook wat over de ander leefgebieden*. Zo leert jouw publiek hier ook meer over.
(*Gebruik hiervoor het werkboek in je bronnenboek)

In welk klimaat zou jij graag willen wonen?

Lars, Maria, Salamu, Sophie, Pierre, Lumi en Daan vertellen over het klimaat waar zij wonen. In welk klimaat zou jij graag willen wonen en waarom?

Schijf bij elk land op welk klimaat hierbij hoort, schrijf dit onder de foto’s. Lees ook meer over de kenmerken van klimaten en wat de gevolgen zijn voor mens, dier, plant en landschap.

Vraag of jullie leerkracht meer kan vertellen over de verschillende soorten klimaten. Dit zouden jullie kunnen doen tijdens het onderdeel topografie waarbij jullie onderzoeken waar de landen en gebieden in de verschillende klimaten liggen.

Wat heeft jouw dier nodig om te overleven in het klimaat?

Je hebt besloten in welke leefomgeving jouw dier gaat wonen, weet je ook welk klimaat hierbij hoort?
In de rubriek staat dat je aan het eind van het project meer weet over de temperatuur, wind en neerslag van de leefomgeving van jouw dier. Wat kan je zeggen over deze drie onderdelen?

Opdracht 1: Schijf een tekst over het klimaat waar jou dier in leeft, geef ook meer informatie over de temperatuur, wind en neerslag.
Opdracht 2: Benoem 2 kenmerken/eigenschappen die jullie dier heeft om in dit klimaat te kunnen overleven, denk aan temperatuur, wind en neerslag. Je mag 1 kenmerk/eigenschap overnemen van een bestaand dier en 1 kenmerk/eigenschap zelf verzinnen/bedenken. Leg uit:
1. Waarom het dier deze kenmerken/eigenschappen heeft.
2. Waar het zit bij het dier en waarom daar?
3. Wat de functie is.
4. Hoe het werk.

Ben je klaar maar weet je niet wat je nog meer kan toevoegen? Schrijf dan meer over de andere klimaten zodat jouw publiek hier ook meer over kan leren.

Als echte auteurs ons werk laten controleren en eventueel aanpassen en verbeteren!

We hebben allemaal verschillende teksten geschreven voor ons informatieboek en we hebben hier (hopelijk) ook allemaal heel erg ons best voor gedaan.
Het is nu tijd om te kijken hoe het gaat er of we dingen kunnen veranderen of aanpassen om het nog beter te maken.
Hier gaan we elkaar bij helpen en dat doen we met een Gallery Walk.

Lees de informatie bij de instructie van de Gallery Walk en help elkaar met tips en tops.
Op welke manier zou jij jouw klasgenoten graag willen helpen?
✅ Op een respectvolle manier: “Heel gaaf wat je gemaakt hebt! Ik heb er al veel van kunnen leren. Ik zie dat je vaak het woord [toen] gebruikt. Misschien zouden we hier een ander woord voor kunnen gebruiken. Ik gebruik altijd www.synoniemen.net om een synoniem van een bepaald woord te zoeken, misschien kan dit jou ook helpen.”
❌ “ Je gebruikt alleen maar het woord [toen], kun je niks anders verzinnen?”

Voor de snelle leerlingen

Stel je voor jouw dier komt in een ander klimaat terecht, hoe kan het dier daar overleven? Welke kenmerken/ eigenschappen moet het dier nog meer hebben om ook in dit andere klimaat te kunnen overleven?

Bronnen toevoegen

Voeg de bronnen die je gebruikt hebt toe aan de bronnenlijst, dit is (helaas)verplicht bij het maken van een informatieboekje.

Heb je het gevonden op een website? Noteer dan de naam van de website.
Het je de informatie gevonden in een boek, schrijf dan de titel, schrijver en het jaartal van publiceren op.

☝️ Tip! Gebruik de bronnen die je op het voorbeeld ziet:
Docukit
WWF rangers
Rangerclub
Wikikids
Willem Wever
Schooltv

✨ Einde deelvraag1 ! ✨

Bij deelvraag 2 leer je meer over:
– wat de dieren eten
– hoe het dier zich voortplant
– hoe het dier zich beschermt
– hoe je de leefomgeving van jouw dier kan tekenen

Voortgang

  • 40% 40%