Kunstenaars op school! | Onderbouw

Weet ik echt wat kunst is?

Doel

Ik leer meer over de verschillende stijlen die kunstenaars hebben. Ik leer ook meer over de kleur, vorm, textuur en compositie. Aan het eind van de les kan ik er 2 uitleggen aan een andere leerling.

Beoordeling

– mijn inzet bij het maken van de woordspin met de hele klas
– werkblad over de kleur, vorm, textuur en compositie

Materiaal

Algemeen:
– laptop/tablet
– werkboek leerlingen

Projectbord & A3-materiaal:
– introductie

Kopieerbladen:
– introductie

Handleiding:
– achtergrondinformatie

Wat is kunst?

Wat weet je al over kunst?
We gaan in dit project meer leren over kunst, wat weet je hier al over?

Jullie maken met de klas een woordspin en hangen deze op de projectmuur op school.

Projectbord:
Hebben jullie het projectbord in de klas al gemaakt? Kun je de leerkracht hiermee helpen?
Wat je nu al kan ophangen:
hoofdvraag
rubriek
woordenschat
wist-je-dat
blad voor noodzakelijke vragen
schilderijen

Kleur, vorm, textuur en compositie; weet jij wat dit is?

Goed nadenken:
Kleur, vorm, textuur en compositie. Sommige woorden zijn best wel moeilijk, weet jij waarom we moeten weten wat deze woorden betekenen?
Denk je dat deze woorden met kunst te maken hebben? Waarom denk je dat?
Weet jij wat deze woorden betekenen? Kun je misschien een voorbeeld geven?
kleur
vorm
textuur
compositie

Kun je de woorden van de woordenschat gebruiken om de betekenis van deze woorden te weten te komen?

We gaan een trip door de wereld van de kunst maken, lees de eerste tekst in je werkboek: De wereld van kunst

Tekst gelezen?
Kijk dan naar het werkblad op de volgende bladzijde, hier zie je 4 vakken:
– kleur
– vorm
– textuur
– compositie

In de tekst heb je hier iets over geleerd. Schrijf of teken in elk vak wat je hier over weet.
Bijvoorbeeld: maak een bepaalde textuur in het vak van textuur door het blaadje op een andere ondergrond te leggen.

Zou jij onze nieuwe Rembrandt van Rijn of Vincent van Gogh kunnen worden?

Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh zijn twee bekende en belangrijke schilders van Nederland. In de volgende tekst leer je meer over deze twee kunstenaars: Het leven van Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh.

Voordat je de tekst gaat lezen:
Bekijk de twee schilderijen:
– Welke kleuren zie je in de schilderijen?
– Welke vormen zie je in de schilderijen?
– Welke textuur zie je in de schilderijen?
– Welke compositie zie je in de schilderijen?

– Welk schilderij vind jij het mooiste? Kun je ook vertellen waarom?
– Welk schilderij is het moeilijkste om te maken denk je? Kunnen we dit weten?

Zelf kunst bekijken!

Maak tweetallen of doe het met de hele klas.

Bekijk de kunst op het projectbord of vergroot de foto hier op de website.
Pak de laatste tekst van de introductie in je werkboek voor je: kunst: kleur, vorm, textuur en compositie

Verdeel de blokken van de tekst, wie leest wat?
Praat over de schilderijen:
– kleur
– vorm
– textuur
– compositie

Wat gaan we in dit project doen en wat hebben we nodig?

Wat gaan we doen?
We gaan in dit project een kunstwerk voor het schoolgebouw maken. Elke groep maakt een eigen kunstwerk met de hele klas en elke klas doet dit vanuit een andere kunstenaar.
Zo hebben we aan het eind van het project een museum met kunstwerken met verschillende kleuren, vormen, texturen en composities.

Hoe gaan we dit doen?
In dit project leren we verschillende dingen over kunst, dit heb je nodig om het kunstwerk als een echte kunstenaar te maken.
– introductie: hier leer je meer over de stijl van kunstenaars: de kleur, vorm, textuur en compositie
– deelvraag 1: hier leer je meer over kunst vanuit verschillende lijnen, elke lijn maakt kunst op een andere manier. Dit noemen we stromingen.
– deelvraag 2: hier gaan jullie klassikaal jullie kunstwerk maken
– eindproduct: hier kijk je wat je geleerd hebt en maak je een museum voor de ouders

Wat heb je hiervoor nodig?
het werkboek
het projectbord
de website
een goede samenwerking
creativiteit
boeken over kunst (van de bieb)

    En uiteindelijk dus ook:

veel weten over kunst, dit krijg je door goed mee te doen tijdens dit project.

Hoe gaan we het presenteren?
We gaan aan het eind van het project ouders uitnodigen voor een tour door ons museum. Wij moeten dit museum dus gaan organiseren en ‘maken’. Heb je een idee hoe we dit goed kunnen doen?

Welke kunstenaar gaan jullie als inspiratie gebruiken?

We geven je hieronder 20 voorbeelden van kunstenaars, maar je mag ook zelf een eigen kunstenaar bedenken:

1. Claude Monet – 1840-1926
2. Vincent van Gogh – 1853-1890
3. Antoni Gaudi – 1852-1926
4. Wassily Kandinsky – 1866-1944
5. Piet Mondriaan – 1872-1944
6. Henri Matisse – 1869-1954
7. Georgia O’Keeffe – 1887-1986
8. Pablo Picasso – 1881-1973
9. Victor Vasarely – 1906-1997
10. Salvador Dalí – 1904-1989
11. Willem de Kooning – 1904-1997
12. Maurits Cornelis Escher – 1898-1972
13. Alexander Calder – 1898-1976
14. René Magritte – 1898-1967
15. Frida Kahlo – 1907-1954
16. Jackson Pollock – 1912-1956
17. Andy Warhol – 1928-1987
18. Keith Haring – 1958-1990
19. Banksy – (we denken) 1973 – heden
20. Maarten Bel – 1987 – heden

Welke kunstenaar gaan jullie onderzoeken?

Noodzakelijke vraag

Wat zou jij te weten willen komen over de kunstenaar die jullie gekozen hebben?
Dit kun je alleen doen of met de hele klas.

Met de hele klas:
Bedenk wat je graag zou willen weten over jullie kunstenaar.
Steek je vinger op en zeg tegen de leerkracht wat je graag zou willen weten.
De leerkracht zoekt het antwoord op via het smartboard.

Alleen:
⚠️ Kunnen jullie al zelf onderzoek doen?
Schrijf de noodzakelijke vraag op het kopieerblad en zoek het antwoord op.
Hang de vraag met, op zonder, antwoord op de goede plek op het projectbord.

Wat gaan we leren in dit project?

Je hebt in de introductie al super veel mogen leren. Bekijk de rubriek in je werkboek en lees wat je (nog meer) gaat leren in dit project.
Vul de rubriek ook al in; wat weet je nu al?

Einde introductie ! ✨

De introductie had een doel, kun je meer vertellen over kleur, vorm, textuur en compositie? Waarom wel of waarom niet?

Doel van de introductie:
Ik leer meer over de verschillende stijlen die kunstenaars hebben. Ik leer ook meer over de begrippen kleur, vorm, textuur en compositie. Aan het eind van de les kan ik er 2 uitleggen aan een andere leerling.

Bij deelvraag 1:
– ga je kijken wat je nog weet over de dingen die je geleerd hebt in de introductie
– ga je meer leren over de verschillende lijnen binnen de kunstwereld: de stromingen

Voortgang

  • 25% 25%