Pruiken en revoluties

Stel je voor je zou leven in de tijd van de pruiken en revoluties, zou jij dan graag de pruik dragen of meewerken aan de revolutie?

Doel

Ik leer meer over de huisnijverheid, trekschuit, WIC en slavernij. Ik kan aan het eind van dit onderdeel vertellen wat het meeste indruk op mij heeft gemaakt tijdens de introductie en ook waarom.
Tijd van de pruiken en revoluties (1700- 1800)

Beoordeling

– woordenschat
– noodzakelijke vraag

Materiaal

Algemeen:
– laptop/tablet
– werkboek leerlingen

Projectbord & A3 of A4 materiaal:
– introductie

Handleiding:
– achtergrondinformatie

Wat weet je al?

We gaan in dit project meer leren over de tijd van de pruiken en revoluties.

Opdracht
Bekijk de sketchnote (woordspin met plaatjes) in je werkboek en bekijk de woordenschat op de projectmuur. Pak een potlood en probeer zoveel mogelijk in te vullen over de volgende gebeurtenissen tussen 1700 – 1800
– Einde economische bloei (De Gouden Eeuw) en Stadhouder Willem V
– Abolitionisme en slavernij
– Patriottenbeweging
– Franse Revolutie
– De patriotten
– Bataafse Revolutie

Hoe lang mogen jullie hieraan werken? Bespreek dit met de leerkracht en zet een timer.

Waarom heet dit tijdvak ook wel de pruikentijd? Bekijk de video om hier meer over te leren:

Woordenschat begrijpen

Lees in tweetallen de woorden van de woordenschat in jullie werkboek en/of op het projectbord.
Wat weet je al over deze woorden? Kun je hier meer over vertellen? Vraag de leerkracht om hulp als jullie niet weten wat een woord of woorden betekenen.

Woordenschatkaart

Kies de 6 moeilijkste woorden van de woordenschat uit.

Schrijf de betekenis van de woorden in jouw eigen woorden op.

Maak een zin met de woorden.

Zou jij willen leven in de 18e eeuw?

Kritisch nadenken voordat we de tekst gaan lezen:
1. Het vorige tijdvak in de geschiedenis was regenten en vorsten, wat denk je dat we hier van terug gaan zien in dit tijdvak?
2. Er was een crisis in Nederland, weet jij wat een crisis is? Kun je een voorbeeld geven van een crisis?
3. In de tekst hebben ze het vaak over tot slaaf gemaakte mensen en niet over slaven, waarom denk je?
4. Weet je toevallig nog wat de WIC is? (heb je geleerd in het vorige tijdvak)
5. Wat hoop je te leren, waarom?

Lees de tekst in tweetallen of klassikaal.

Kijkopdracht:
Waarom denk je dat koning Willem II de grondwet eerst niet wilde tekenen?
Waarom had hij zich na een nacht bedacht?
Wie is de baas als koning Willem de grondwet tekent? De koning of de regering?

* Toegevoegde link: Podcast – En ze noemde me…. Dientje!
Aflevering 1:
Kwasiba is 10 jaar en woont op de plantage waar ze geboren is met haar moeder en broertjes. Overdag let ze op de kleintjes wanneer de volwassen tot slaaf gemaakten werken maar ’s nachts vertelt haar moeder verhalen over vrijheid en Afrika. Dan verandert Kwasiba’s leven ineens. Haar moeder verdwijnt: is ze dood, verkocht, of toch gevlucht naar de Marrons? En dan wordt Kwasiba ook nog ineens meegenomen naar een slavenmarkt in Georgetown waar ze verkocht wordt. Kan ze ontsnappen? Of is dit haar nieuwe leven?

Leer meer van elkaar!

Opdracht 1:
Je hebt aan het begin van de introductie een sketchnote gekregen die je moest invullen. Je hebt nu veel informatie gehad waardoor je de sketchnote kan aanvullen. We hebben hem nog een keer een jouw werkboek toegevoegd, maar nu alleen met de onderdelen die we bij de introductie geleerd hebben. Pak deze sketchnote voor je.
⚠️ Over abolitionisme hebben we het nog niet gehad. Dit mag je dus overslaan.

Opdracht 2:
Schrijf zelfstandig zo veel mogelijk informatie op met potlood.

Opdracht 3:
Pak een pen en werk samen met een klasgenootje. Over welk onderdeel weet je nog te weinig? Zoek hier online informatie over op.
🧠 Er staat ook een tekst in de link hieronder, ben slim en gebruik deze. Hier vind je sowieso informatie die je nodig hebt!

Noodzakelijke vraag

Voordat we hieraan beginnen. Wie heeft bij de vorige opdracht de tekst gelezen die we hadden toegevoegd? Vingers in de lucht.
Dit laat zien hoe jij onderzoek doet, iets wat hee belangrijk is bij dit onderdeel.

Stel je voor je zou leven in de tijd van de pruiken en revoluties, zou jij dan graag de pruik dragen of meewerken aan de revolutie?
Dit is de hoofdvraag. Om deze vraag te beantwoorden moet je eerst zorgen dat je alle onderdelen van de vraag kunt beantwoorden:

■ Waarom dragen mensen pruiken? 

■ Wat is een revolutie?
Dit lijken hele logische vragen, maar als jij ze niet volledig kunt beantwoorden zal jouw onderzoek niet gericht genoeg zijn.

Noodzakelijke vraag

Je hebt al veel geleerd over de tijd van de pruiken en revoluties. 

Wat wil je nog graag leren? 

Je mag nu zelf een vraag bedenken en opschrijven.

Pak het kopieerblad en schrijf de vraag op, zoek het antwoord in een boek of op de computer en schrijf het op.

Klaar?

Hang de vraag op het projectbord.

Wat gaan we doen?

Wat?

Tijdens dit project leer je meer over het leven in de tijd van de pruiken en revoluties

Hoe?

– Introductie: Hier leer je meer over het einde van de economische groei, de WIC en de slavernij.
– Deelvraag 1: Hier leer je meer over het abolitionisme en het steven naar gelijkheid in Nederland: Franse en Bataafse Revolutie.
– Deelvraag 2: Hier leer je meer over Eise Eisinga en de patriotten.

– Eindproduct: Hier leer je meer over het presenteren van het eindproduct en het reflecteren op jouw werkhouding tijdens het project.

Eindproduct

Dit is een onderdeel van een schoolbreed project, verschillende groepen onderzoeken een tijdvak en jullie presenteren dit op dezelfde dag aan elkaar.

Jullie hebben aan het eind van het project een museum in de klas met alle belangrijke informatie van het project. In het museum staan de volgende gebeurtenissen:
– Huisnijverheid en trekschuit
– Slavenarbeid op plantages in Suriname
– Abolitionisme
– Franse Revolutie
– Bataafse Revolutie
– Eise Eisinga

Dit museum maken jullie klassikaal: bij elke deelvraag leer je meer over de onderdelen van het museum. Bepaal zelf hoe jullie het museum gaan vormgeven. Denk aan: afbeeldingen, schilderijen, teksten, 3d-materialen, informatievideo, etc.

De bezoekers leren dus meer van jullie op verschillende manieren. Jullie geven op je eigen manier meer uitleg over de onderdelen. Dit moet je in (minimaal)tweetallen doen, op het eind kan dan 1 leerlingen rondlopen in het museum en de ander kan presenteren.

Ons publiek

Dit project is onderdeel van een schoolbreed project. Als jullie het met de hele school doen maak je dus je eindproduct voor de leerlingen van andere groepen. De leerlingen krijgen van jullie een aantal vragen die ze moeten beantwoorden, deze antwoorden krijgen ze als ze luisteren naar jullie uitleg.
Als jullie het niet als schoolbreed project gaan doen kunnen jullie zelf kiezen wie jullie publiek gaat zijn.
Gaan jullie het maken voor leerlingen uit jongere groepen of voor volwassenen? Zorg ervoor dat de schrijftaal en woordenschat aansluit op het publiek; moet je makkelijke of moeilijke woorden gebruiken?
Aan het eind van het project nodigen jullie het publiek uit om langs te komen en naar jullie eindproduct te komen kijken, wie gaan jullie uitnodigen en wanneer?

Professional

Ken je iemand die meer weet over het leven in de tijd van de pruiken en revoluties? Zou je hem of haar kunnen uitnodigen voor een gastles zodat we hier meer over te weten kunnen komen? Vraag thuis of je vader, moeder, oom, tante zou kunnen helpen.
Dingen om over na te denken:

1. Hoe vragen we een professional om hulp?

2. Wanneer kan deze persoon of personen langskomen?

Conclusie:

Aan het eind van het project heeft elk team:

– een presentatie voor bij zijn onderdeel, gebeurtenis of persoon gemaakt

– materiaal dat meer informatie geeft: een schilderij/afbeelding/etc.

Wat gaan we leren tijdens dit project?

Rubriek: wat leren we dit project?

Bekijk de rubriek in je werkboek.
Hier zie je wat je tijdens het project gaat leren.
Pak een kleurpotlood en kleur het vakje in bij ‘introductie’.

Bekijk het voorbeeld.
Laat zien wat je nu al weet of kan.
Aan het eind van het project doen we het nog een keer met een andere kleur, zo ziet je heel goed wat je geleerd hebt.

✨ Einde introductie! ✨

Het leerdoel van de introductie was:
Ik leer meer over de huisnijverheid, trekschuit, WIC en slavernij. Ik kan aan het eind van dit onderdeel vertellen wat het meeste indruk op mij heeft gemaakt tijdens de introductie en ook waarom.
Tijd van de pruiken en revoluties (1700- 1800)

Kun je meer vertellen huisnijverheid en trekschuit, de WIC en slavernij? 

❌ Als dit niet lukt, hoe kan dit?

✅ Als het wel lukt, goed gedaan!

Bij deelvraag 1 gaan we:

– kijken wat we nog weten

– meer leren over over het abolitionisme en het steven naar gelijkheid in Nederland: Franse en Bataafse Revolutie
– verder met het verzamelen van informatie voor het eindproduct

Voortgang

  • 25% 25%