Steden en staten

Graaf, schipper, burger/poorter, schout of rakker, wat zou jij zijn geweest in de tijd van de middeleeuwen?

Doel

Ik leer hoe steden en de Hanze ontstaan in de middeleeuwen.
Tijd van de steden en staten (1000- 1500)

Beoordeling

– woordenschat
– noodzakelijke vraag

Materiaal

Algemeen:
– laptop/tablet
– werkboek leerlingen

Projectbord & A3-materiaal:
– introductie

Kopieerbladen:
– introductie

Wat weet je al?

We gaan in dit project meer leren over het ontstaan van de steden in Nederland. In je werkboek zie je een werkblad met 2 vakken en een cirkel.
Aan de linkerkant staan de woorden van de woordenschat, deze hangen misschien ook al met betekenis op het projectbord.
In het midden zie je een cirkel en aan de rechterkant zie je een leeg vlak.

Wat ga je doen?
Pak een potlood en zet een timer van 5 minuten -> schrijf in de cirkel alles op wat je weet over het ontstaan van de steden in Nederland, je mag alle woorden van de woordenschat gebruiken.
Bespreek klassikaal wat jullie hebben opgeschreven, als jouw klasgenootjes dingen zeggen die je zelf niet wist of was vergeten schrijf je ze in het vak rechts.

Luister naar de tekst die de leerkracht leest, vul eventueel nog extra informatie in het tweede vak in.

Woordenschat begrijpen

Lees in tweetallen de woorden van de woordenschat in jullie werkboek en/of op het projectbord.
Wat weet je al over deze woorden? Kun je hier meer over vertellen? Vraag de leerkracht om hulp als jullie niet weten wat een woord of woorden betekenen.

Woordenschatkaart

Kies de 6 moeilijkste woorden van de woordenschat uit.
 
Schrijf de betekenis van de woorden in jouw eigen woorden op.
 
Maak een zin met de woorden.

Ontdek de Middeleeuwse stad

Kritisch nadenken voordat we de tekst gaan lezen:
1. Het vorige tijdvak in de geschiedenis was monniken en ridders, hadden ze in dat tijdvak al steden?

2. Wat is er zo speciaal aan een stad denk je?

3. Welke woorden van de woordenschat horen bij deze tekst denk je?

4. We leren ook meer over de Hanze, dit woord komt uit Duitsland en betekent groep of gilde. Wat denk je dat de Hanze is, waarom denk je dat?

5. Ze hebben het is de tekst veel over handel, kun je een voorbeeld geven van handel? Weet je ook wat ze verhandelde in de middeleeuwen?

6. Wat hoop je te leren, waarom?

Lees de tekst in tweetallen of klassikaal.
Beantwoord de vragen over de tekst in het werkboek.
 
Bekijk na het invullen van het werkblad de video over de eerste steden in de middeleeuwen 1.18 minuten.

Kijkopdracht: 
Waar ontstonden de steden?
Waarom ontstonden de steden daar?

Beantwoord de vragen over de video in het werkboek.

De Hanzesteden!

1. Je hebt in de leestekst meer geleerd over de Hanzesteden, in jouw werkboek zie je een landkaart van de Hanzesteden. Bekijk de kaart en de routes die ze maakten.

2. Lees de tekst hier op de website om de Hanzesteden te ontdekken.

3. Bekijk het werkblad in je werkboek. Je ziet Nederland in de middeleeuwen met 4 lege vakken. Zet de namen van de Hanzesteden op de juiste plaats, kies uit: Zwolle, Kampen, Zutphen, Deventer.
Gebruik de link van Google My Maps in de link om te ontdekken waar de steden liggen en welke Hanzesteden we in Nederland hadden.
Langs welke rivier liggen al deze steden? Denk je dat dit toeval is? Waarom wel of waarom niet?

Noodzakelijke vraag

Graaf, schipper, burger/poorter, schout of rakker, wat zou jij zijn geweest in de tijd van de middeleeuwen?
Dit is de hoofdvraag. Om deze vraag te beantwoorden moet je eerst zorgen dat je alle onderdelen van de vraag kunt beantwoorden:

■ Wat is een graaf, en een burger/poorter? (Zie woordenschat)

■ Wat is een schipper, schout en rakker?? (Zoek online op)

■ Welk tijdvak is steden en staten, welke jaartallen horen hierbij?

Dit lijken hele logische vragen, maar als jij ze niet volledig kunt beantwoorden zal jouw onderzoek niet gericht genoeg zijn.

Noodzakelijke vraag

Je hebt al veel geleerd over het leven in steden in de middeleeuwen

Wat wil je nog graag leren?

Je mag nu zelf een vraag bedenken en opschrijven.

Pak het kopieerblad en schrijf de vraag op, zoek het antwoord in een boek of op de computer en schrijf het op.

Klaar?

Hang de vraag op het projectbord.

Wat gaan we doen?

Wat?

Tijdens dit project leer je meer over het leven van het leven in steden in de middeleeuwen.

Hoe?

– Introductie: Hier leer je meer over het ontstaan van de steden en de Hanze
– Deelvraag 1: Hier leer je meer over de zelfstandigheid van de steden.
– Deelvraag 2: Hier leer je meer over de graaf Floris V en leer je wat Hebban Olla Vogala is.
– Eindproduct: Hier leer je meer over het presenteren van jouw eindproduct en het reflecteren op jouw werkhouding tijdens het project.

Eindproduct
Dit is een onderdeel van een schoolbreed project, verschillende groepen onderzoeken een tijdvak en jullie presenteren dit op dezelfde dag aan elkaar.
In dit project gaan we werken aan verschillende onderdelen die laten zien hoe de tijd van het ontstaan van de steden in de middeleeuwen eruit zag. Jullie verdelen de verschillende onderdelen over de groep en zo heb je aan het eind van het project een:
– middeleeuwse stad met een koopmanshuis, stadspoort, markt, kerk en stadsmuur
– landkaart met verschillende steden van de Hanze
– informatie over de pest
– afbeelding/tekening van Floris V en informatie over deze graaf
– afbeelding van Hebban olla vogala en uitleg over wat het is

Tijdens de presentatie vertel je iets over het onderdeel dat je gemaakt hebt: waarom heb je het gemaakt en waarom was het zo belangrijk voor die tijd?

💡 Kritisch nadenken
Sommige onderdelen van het eindproduct zijn meer werk dan andere. De stad en landkaart kan bijvoorbeeld veel werk kosten. Hoe kun je ervoor zorgen dat iedereen toch genoeg tijd heeft om het af te maken?
Zou het een idee zijn om de onderdelen nu al te verdelen en de grote onderdelen te geven aan leerlingen die vaker tijd over hebben na de lessen?

Ons publiek
Dit project is onderdeel van een schoolbreed project. Als jullie het met de hele school doen maak je dus je eindproduct voor de leerlingen van andere groepen. De leerlingen krijgen van jullie een aantal vragen die ze moeten beantwoorden, deze antwoorden krijgen ze als ze luisteren naar jullie uitleg.

Als jullie het niet als schoolbreed project gaan doen kunnen jullie zelf kiezen wie jullie publiek gaat zijn.
Gaan jullie het maken voor leerlingen uit jongere groepen of voor volwassenen? Zorg ervoor dat de schrijftaal en woordenschat aansluit op het publiek; moet je makkelijke of moeilijke woorden gebruiken?
Aan het eind van het project nodigen jullie het publiek uit om langs te komen en naar jullie eindproduct te komen kijken, wie gaan jullie uitnodigen en wanneer?

Professional
Ken je iemand die meer weet over het leven in steden in de middeleeuwen? Of misschien iemand die meer weet over de Hanze? Zou je hem of haar kunnen uitnodigen voor een gastles zodat we hier meer over te weten kunnen komen? Vraag thuis of je vader, moeder, oom, tante zou kunnen helpen.
Dingen om over na te denken:
1. Hoe vragen we een professional om hulp?
2. Wanneer kan deze persoon of personen langskomen?

Conclusie
Aan het eind van het project heeft elk team:
– een onderdeel van het eindproduct gemaakt
– een presentatie over het onderdeel van het eindproduct (je gaat hier niks extra’s voor maken, je zorgt er alleen voor dat je met de juiste woorden kan uitleggen hoe de mensen in deze periode leefden)

Wat gaan we leren tijdens dit project?

Rubriek: wat leren we dit project?

Bekijk de rubriek in je werkboek.
Hier zie je wat je tijdens het project gaat leren.
Pak een kleurpotlood en kleur het vakje in bij ‘introductie’.

Bekijk het voorbeeld.
Laat zien wat je nu al weet of kan.
Aan het eind van het project doen we het nog een keer met een andere kleur, zo ziet je heel goed wat je geleerd hebt.

✨ Einde introductie! ✨

Het leerdoel van de introductie was:
Ik leer hoe steden en de Hanze ontstaan in de middeleeuwen.
Tijd van de steden en staten (1000- 1500)

Kun je meer vertellen over hoe de steden en de Hanze zijn ontstaan? Kun je ook een paar steden in Nederland benoemen die Hanzesteden waren?

❌ Als dit niet lukt, hoe kan dit?

✅ Als het wel lukt, goed gedaan!

Bij deelvraag 1 gaan we:

– kijken wat we nog weten

– de woordenschat herhalen

– onderzoek doen naar het leven in de steden in de middeleeuwen

Voortgang

  • 25% 25%