De Vikingen 🪓

Wat als je een dag in het leven van een échte Viking mocht stappen? Hoe zou die dag eruit zien?

Doel

Ik leer meer over het leven van de Vikingen.
Tijdvak van de monniken en ridders (500 – 1000)

Beoordeling

– woordenschat
– noodzakelijke vraag

Materiaal

Algemeen:
– laptop/tablet
– werkboek leerlingen

Projectbord & A3-materiaal:
– introductie

Kopieerbladen:
– noodzakelijke vraag

Wat weet jij al over de Vikingen?

Wat weet je al over de Vikingen?
1. Schrijf in de cirkel de dingen die je al weet.
2. Schrijf in het vak om de cirkel hoe je deze dingen weet (van je ouders/op school geleerd, in een boek gelezen, op tv gezien, etc.)

Woordenschat

Lees de woorden van de woordenschat. Wat weet je al over deze woorden? Kun je hier meer over vertellen?
Vraag jouw leerkracht om hulp en als je geluk hebt kunnen ze wat meer vertellen over de woorden en de tijd van de Vikingen!

Woordenschatkaart

Maar jouw eigen woordenschatkaart compleet. Schrijf de betekenis op en maak er een tekening bij.

Hoe leefden de Vikingen?

Tekst voorspellen:

1. Wie waren de Vikingen eigenlijk? Waarom noemen we ze ook wel de Noormannen denk je?
2. Wat deden de Vikingen in het dagelijkse leven?
3. Woonden ze in huizen?
4. Waarom denken we altijd aan transport bij Vikingen? Weet je nog wat transport is?
5. Hadden de Vikingen een godsdienst?
6. Wat zou De steen van Jelling zijn denk je?

Markeer de woordenschatwoorden in de tekst, ze zijn dikgedrukt, onderstreept en hebben een andere kleur.

Noodzakelijke vraag

Wat als jullie een dag in het leven van een échte Viking mochten stappen?
Hoe zou die dag eruit zien?

Dit is de hoofdvraag. Om deze vraag te beantwoorden moet je eerst zorgen dat je alle onderdelen van de vraag kunt beantwoorden:
■ Wat is een Viking?
■ In welke tijd leefden de Vikingen?

Dit lijken hele logische vragen, maar als jij ze niet volledig kunt beantwoorden zal jouw onderzoek niet gericht genoeg zijn.

Noodzakelijke vraag
Je hebt al veel geleerd over de Vikingen.
Wat wil je nog graag leren?
Je mag nu zelf een vraag bedenken en opschrijven.
Pak het kopieerblad en schrijf de vraag op, zoek het antwoord in een boek of op de computer en schrijf het op.
Klaar?
Hang de vraag op het projectbord.

Wat gaan we leren?

Rubriek: wat leren we dit project?

Bekijk de rubriek in je werkboek.
Hier zie je wat je tijdens het project gaat leren.
Pak een kleurpotlood en kleur het vakje in bij ‘introductie’.

Bekijk het voorbeeld.
Laat zien wat je nu al weet of kan.
Aan het eind van het project doen we het nog een keer met een andere kleur, zo ziet je heel goed wat je geleerd hebt.

✨ Einde introductie! ✨

Bij deelvraag 1 gaan we:
– de woordenschat herhalen
– onderzoek doen naar de Dorestad en de route van de Vikingen

Voortgang

  • 25% 25%